Historie

Het pand vindt, volgens de overlevering, zijn oorsprong in de 13de eeuw. Bouwhistorisch onderzoek wijst echter uit dat de bouwmassa uit de 17de eeuw komt.

In het rapport van het bouwhistorisch onderzoek uit 2008 staat dat de bouwmassa van het huidige gebouw zijn oorsprong vindt in de 17de eeuw. Het rapport meldt dat het pand met weglating van het achterhuis – dit betreft een latere bouwfase – een L-vormig complex was. Het pand werd gebouwd op koeienhuiden, een fundering van versteende wilgentenen en teervaten. Vermoedelijk betrof het een krukhuisboerderij met aan de rechterzijde een kelder en een opkamer.

Jaartalanker

Voordat het pand tot herberg De Hollandsche Leeuw werd bestemd, was er al sprake van een ‘kapitaal dubbel huijs en erve met een kast in de voorkamer sijnde’. De aanbouw met het achterhuis aan de noordzijde is derhalve vóór 1796 tot stand gekomen. In die periode lijken ook andere moderniseringen te zijn doorgevoerd. De aanwezigheid van een jaartalanker (muuranker van cijfers) in de achterkamer met het jaar 1 7 2 4 kan de aanbouw van de achterkamer en de andere moderniseringen dateren.

Nog steeds zichtbaar is het cachot dat jarenlang in De Hollandsche Leeuw geboefte opborg. (Foto: Anke Steffers)

Cachot

In het gebouw werd vroeger recht gesproken. In die periode was het pand uitgerust met een cachot. Het raam met tralies aan de noordoostzijde herinnert hier nog aan. Het pand was geruime tijd het woonhuis van de baljuw. Deze was belast met de rechtspraak en het bestuur.

Eind 18de eeuw kreeg het de functie van Herberg. De eerste kastelein was Hendrik Koperdraat. Hij kocht het huis in 1796 waarin hij ‘de tapneering voortzet hoezeer in huijs nimmer herreberg is gedaan, maar door den vorige Baljuw bewoond geworden’. De naam Hollandsche Leeuw is waarschijnlijk in de Franse tijd ontstaan en werd vermoedelijk door Koperdraat van meet af aan, aan de herberg gegeven.

Bij een verbouwing rond 1800 kreeg het diepe pand de huidige vorm met ingezwenkte lijstgevel en ingangsomlijsting. Het gebouw kreeg in 1833 een rieten wolfsdak. De rieten kap is recentelijk gerestaureerd. (zie ‘Restauratie’)

Schoon betimmerde huizing

De indeling van de herberg werd in 1821 beschreven: ‘Een royale schoon betimmerde huizing met aan de zuidzij van de gang, eene groote voorkamer, middelvertrek en een ruime achterkamer, allen van haardsteden voorzien. Aan de noordzij een proper voorkamertje, twee onderscheiden kelders, een slaapkamertje en een kookkeuken, voorzien van fournuis, geutsteen en een pomp op de regenbak. Met een gemakkelijke trap gaat men naar de voorzolder, hebbende twee fraaije bovenkamers; en wijders heeft men een ruime achterzolder en vliering.’ (uit: ‘Herbergen in Nieuwkoop’ van L. Jansen uit 1990)

Bij de herberg van Koperdraat hoorden nog een paardenstal naast het pand en een Kolfbaan en hooiberg achter het pand.

Kastelein

In de periode 1877 – 1910 was Johannes Valkenet de kastelein van de herberg. Hij was waarschijnlijk verantwoordelijk voor de modernisering van het interieur. Stucplafonds, schouwen en lambriseringen werden aangebracht. Houtwerk werd voorzien van houtimitatieschilderingen. Ook uit die periode stammen onder andere de schouw in de voorkamer met houten schoorsteenmantel en de trap in het voorhuis. Rond 1950 werd een keuken aangebouwd en werden van één toilet een dames- en een herentoilet gerealiseerd.

In 1963 werd het bestaande woonhuis in het achterhuis verbouwd tot slijterij. De rietenkap werd in 1989 vernieuwd.

Snoepjes

Een geliefde kastelein van De Hollandsche Leeuw was Gerrit van Gelder die van 1976 tot 1998 met zijn vrouw Nan aan de tap stond, lunches verzorgde en voor kinderen pannenkoeken bakte. En alle Nieuwkopers kenden de snoepjes die gepresenteerd werden in grote glazen bakken.

Restauratie

Vijf ondernemers uit de regio Woerden, verenigd in Het Consortium CV, namen het pand begin van de eeuw over. Zij wilden het grootschalig renoveren, maar het bleef bij een gedeeltelijke vervanging van de rieten kap. Doel is steeds geweest, het historische pand zoveel mogelijk in oude luister te herstellen en te houden. Door de tegenvallende inkomsten is het pand echter in verder verval geraakt.

Feest in een herberg, een 17de eeuws schilderij van Adriaen van Ostade.

Grote waarde

Wat de voorgeschiedenis ook is, het pand aan de Dorpsstraat is voor veel Nieuwkopers van grote emotionele en sociale waarde. Wie het rijksmonument binnenstapt, waant zich direct in de Gouden Eeuw. De herberg is al eeuwenlang een ontmoetingsplaats (en kroeg) voor dorpelingen en een slaapplaats voor reizigers, zoals kooplieden en marskramers. Met hernieuwde ambitie willen we die functie herstellen en het pand zo behouden.